131. Billentikker

23-03-2022
Ik ben een billentikker in ruste. Deze onschuldige gewoonte was het enige eigenaardigheidje in mijn verder volmaakte persoonlijkheid, dus ik heb het al die jaren door de vingers gezien. Maar, waar mensen tegenwoordig van een waarderende blik op hun achterste al moord en brand schreeuwen, laat je het als argeloze tikker helemaal uit je hoofd om toe te slaan. Zelfs wanneer dit (zoals in mijn geval) vooral in het geniep gebeurde in een drukke winkelstraat of afgeladen kroeg. Een petsje tegen de in een legging gepropte gigantisch deinende bilpartij van een vrouw. Of een klapje tegen de uitpuilende mannenbips in een te strakke leren broek. En dan gniffelen wanneer ze om zich heen keken om te zien wie de dader was. De verdenking viel nooit op een keurige vrouw zoals ik.
Openlijk heb ik me twee, hooguit tien keer laten gaan. Zo was ik op mijn werk een keer niet bestand tegen de bijna dagelijkse aanblik van de ferme kadetjes van een fitnessinstructeur, gehuld in een zwart-wit gestreepte stretchbroek. Zijn klassen bestonden bijna louter uit vrouwen, dus wat mij betrof vroeg hij er gewoon om. Als voormalig marinier (en tegenwoordig stuntman) zag hij de lol er wel van in. Denk ik. Hij keek me alleen maar schaapachtig aan.
Mijn tikjes en mepjes zijn geen uiting van de platte driften die je doorgaans bij mannen ziet. Het maakt mij niet uit of de bezitter van zo’n achterwerk een man is of een vrouw. Of een hangbuikzwijn bij een kinderboerderij. Of een Belgische trekknol voor een koets. Het heeft alles te maken met een goedaardige nieuwsgierigheid naar stevigheid en verend vermogen.
Kolossale dierenkonten neem ik nog steeds graag onder handen. Dat ik geen actieve mensenbillentikker meer ben, komt ook omdat ik intussen ouder en nog wijzer ben geworden. Al sluit ik niet uit dat mijn aandrang af en toe toch onverwacht de kop kan opsteken.
 
 
< vorige blog: 130. Lang leve de leut volgende blog: 132 Poes en Teef >
 
 
inDelen