Blog

Afl. 63 Daten

19-01-2020
Je kan gaan daten, hoor ik een vrouw tegen een andere zeggen.
Ik denk aan mijn eigen ervaringen. De laatste twee afspraken dateren van 2013. En die mannen zal ik niet snel vergeten.
Met de eerste spreek ik af op een Roosendaals terras. Militaire uitstraling, niet het type waar ik direct op val. Vooruit, denk ik, weg met die vooroordelen! Ik kan aardig kletsen, maar vergeleken hem ben ik een stille muis. Al snel weet ik alles over zijn ex, zijn werk (hij is dus echt een beroepsmilitair), zijn eetgewoonten en hoe goed en slim en gevoelig hij wel niet is. Geeuw.
Wil je ook iets over mij weten? vraag ik na zijn monoloog van een halfuur even scherp als ik het bedoel. Of blijf je liever over jezelf lullen? Waarop hij me uitmaakt voor ongevoelig kreng. Terwijl hij binnen naar de wc gaat, knijp ik er tussenuit.
In het profiel van de tweede staat dat hij een joviale levensgenieter is. Hij nodigt me joviaal uit voor een lunch op zijn kosten in het Kurhaus. Wanneer ik hem op het station in Den Haag begroet, wil hij liever naar een Chinees. Daar stouwt hij een driegangenmenu naar binnen en besproeit alles rijkelijk met bier. Het is elf uur, ik houd het bij thee. Of we de rekening kunnen delen, durft hij te vragen. Mijn gezichtsuitdrukking zegt genoeg, waarna hij ‒ gul als hij beweert te zijn ‒ ook mijn thee dan maar betaalt.
We wandelen de stad in. Ik krijg trek in een tosti en zeg ‒ gul als ik dan maar zal zijn ‒ dat ik hem op thee trakteer. Waarbij hij meteen het duurste gebak van de kaart bestelt. Tussen twee happen door vertelt hij ook nog even dat hij werkloos is en wat extra’s bijverdient door zijn voormalig werkgever te chanteren. Waarop ik zeg dat ik naar huis ga.
Niet even lekker seksen? vraagt hij bij het afscheid.
Wil je je als single af en toe mateloos verbazen? Ga daten.
 
Wil je mijn blog liever in je mail ontvangen? Vul hier je gegevens in. Je kunt er ook een opmerking of vraag kwijt.
 

 

Afl. 62 Kattenkots

12-01-2020
De titel verraadt het al: dit wordt een onsmakelijk stukje. Over kotsende katten. Of ik dat niet netter kan omschrijven? Nee. Overgeven geeft een te ingetogen beeld van wat katten soms flikken. Er kunnen haarballen dwarszitten. Of ze vinden iets wat in staat van ontbinding verkeert en niet zo lekker valt. Meestal komt het door gulzigheid.
Van mijn eerdere katten is Fred Kampioen Kotsen. Bij voorkeur midden op het vloerkleed, zodat het niet tegen zijn poten spettert. Eén keer staat hij op de overloop te kokhalzen. En glop, daar spuit een brei van brokjes in verschillende stadia van vertering al over de trap, om trede voor trede naar beneden te druipen.
Karel is vriendelijk, grappig en niet al te slim. Hij is de eerste kat die vaak luistert wanneer ik hem roep. Binnenshuis werkt zijn peristaltiek nooit tegendraads. Ik heb zelfs nog geen haarbal zien liggen. Ben je een kattenliefhebber, dan zul je denken: ideaal huisdier. Dat is hij ook. Ik bof maar met deze schat van een asielkat. Op één ding na. Karel is geobsedeerd door eten. Zodra hij me ziet na een afwezigheid van langer dan vijf minuten, begint hij te jengelen. Hij schrokt alles op. Kattenvoer, spinazie, banaan en sojayoghurt.
De dierenartsassistente adviseert me om hem tijdje te overvoeren, dan leert hij het waarschijnlijk wel af. En dus laad ik zijn bakje tot aan de rand toe vol brokjes, die hij boerend en zonder kauwen naar binnen gaffelt. En even later uitspuugt. In de jaren dat ik meer katten heb, eten ze elkaars uitgebraakte prakkie nog wel eens op. Ha, warm eten! Hoef ik de rommel zelf niet op te ruimen. Karel laat zijn kots links liggen. En rechts, voor en achter. Jengelen doet hij niet meer. Wel dijt zijn buik uit. En dus geef ik hem langzaam steeds minder eten, precies zoals de dierenartsassistente me aanraadde.
Het kotsen neemt af. En het jengelen helaas weer toe.
 

Afl. 61 Bordercollies en lijdzame schapen

05-01-2020
Met mijn zus naar de film Cats.
We genieten van de decors, van ballerinapoes Victoria, van de bejaarde broosheid van Deutoronomy en van de wanhopige Grizabella die de meest doorleefde versie van Memories zingt die we tot nu toe hebben gehoord.  
In de zaal zit nog een handvol mensen die zich niet hebben laten beïnvloeden door de barslechte kritieken. Cats zou een belediging zijn voor de schrijver van de musical en voor de hele sterrencast. Het zou een hopeloos mislukte verfilming zijn met een flinterdun verhaal. En de katten zouden soms pornografisch ogen.
Die preutse Telegraafrecensent heeft zeker nooit het ballet De Notenkraker gezien. Met ook een mager verhaal, over speelgoed dat tot leven komt. Ballerino’s hupsen er rond in strakke maillots met een ferme bobbel tussen de benen. Zijn schriele verhaallijnen en kostuums die niets te raden overlaten alleen geoorloofd bij ballet en musicals?
Boek- en filmrecensenten zien zichzelf graag als de onmisbare bordercollies die lijdzame lees- en kijkschapen de juiste richting in moeten loodsen. Een boek of film is pas goed bij de gratie van hun mening, want zij hebben er verstand van. Hoezo verstand? Het is toch een kwestie van smaak? En waarom zou hun smaak belangrijker zijn dan die van iemand die iedere maand drie boeken leest of wekelijks naar de bioscoop gaat?
Denk even aan Youp van ’t Hek die ooit uitriep dat hij een hekel had aan drinkers van dat gereformeerde Buckler bier. Binnen de kortste tijd lieten de bierdrinkende schapen het merk links liggen en was het van de markt verdwenen.
En dat is precies wat er met afgekraakte boeken, films en dit keer met Cats gebeurt. Ze worden een flop omdat gedweeë blaters zich door die herdershonden van recensenten een bepaalde hoek in laten blaffen.
Voor al die onderdanige schapen: lees zelf dat afgebrande boek en kijk zelf die afgekraakte film en vorm daarna je eigen‒ misschien wel juichende ‒ mening.     
 
 
 
 
 
inDelen