Blog

Afl. 67 Drie vliegen in één klap

16-02-2020
Als ik de tachtig haal, wil ik niet een van die oudjes zijn die zich afvragen hoe laat het achtuurjournaal ook weer begint. Om de huidige stand van zaken van mijn geestelijke vermogens in kaart te brengen, doe ik online een paar gratis IQ tests. Waar geen pijl op valt te trekken: de scores bungelen tussen net niet zwakzinnig en een pietsje hoogbegaafd. Ik besluit dat ik een gemiddeld intellect heb en dat ik er maar op moet vertrouwen dat anderen me het laten weten wanneer ik de plank op geestelijk gebied mis begin te slaan.
Ons denkvermogen heeft prikkels nodig om actief en alert te blijven. Nieuwe mensen ontmoeten, op reis gaan en uitdagende puzzels oplossen helpen daarbij. Daarnaast moeten we natuurlijk voldoende blijven bewegen. Een Amerikaans psycholoog beweert dat een combinatie van sport en muziek goed is voor lichaam, geest én hersens en dat het beluisteren van muziek tijdens sporten positief zou bijdragen aan het menselijk welzijn. Dit komt omdat we daarbij onze voorste hersenkwab gebruiken, het deel van ons brein dat gekoppeld is aan ingewikkelde mentale functies als abstract denken en vooruit plannen. Om te zien of het betoog van die psycholoog wel klopt, voeren onderzoekers een test uit. Deelnemers aan dat onderzoek krijgen een letter van het alfabet. Het is de bedoeling dat ze zoveel mogelijk woorden die beginnen met die specifieke letter, verzinnen en onthouden. Na het trainen zonder muziek merken de onderzoekers geen verschil. Luisteren de deelnemers tijdens het sporten naar een prettig deuntje, dan bedenken en onthouden ze twee keer zoveel woorden. 
Je voelt je dus prettiger én je wordt behalve fitter ook nog eens slimmer wanneer je tijdens het beklimmen van de Cauberg mee blèrt met Frans Bauer op je koptelefoon, of als je naar een kerkorgelrecital of hardrockconcert luistert terwijl je op je hometrainer een denkbeeldige etappe van de Tour de France aflegt. Drie vliegen in één klap. Wat willen we nog meer.
 
Wil je mijn blog liever in je mail ontvangen? Vul hier je gegevens in. Je kunt er ook een opmerking of vraag kwijt.
 
 

Afl. 66 Mondgewoontes

09-02-2020
Ik kauw weleens op de binnenkant van mijn wang. En ik span soms mijn kaakspieren aan of maak snuivende geluidjes. Misschien doe je het zelf ook of herken je het bij anderen. Zenuwtrekjes. In een eerdere blog vergeleek ik mensen met paarden; een Zeeuwse koudbloed knol raakt minder snel overprikkeld dan een vurige Arabier. Menselijke Arabische volbloeden knipperen met hun ogen of friemelen met hun handen. Ze laten hun vingers roffelen en hun voeten trappelen en kunnen een hele mikmak van andere (on)hebbelijkheden vertonen. Soms krijgt ook de omgeving dat allemaal te verduren. Zie je zo’n hittepetit weer eens aan haar lip plukken of hoor je een druktemaker knagen aan of tikken met zijn balpen, dan wil je er toch het liefst tandenknarsend vandoor gaan of de zenuwpees met een stem op megafoonsterkte vragen ermee op te houden?  
Die aanwensels zijn manieren om spanning los te laten, zegt mijn fysiotherapeute terwijl ze zich bezighoudt met mijn rug. Mijn aanwensels noemt ze vriendelijk mondgewoontes. Ik krijg een papier met adviezen. Wangen opbollen en de lucht tussen je lippen naar buiten persen. Je van je gewoonte gewaar worden en tijdelijk een andere kiezen. Je kan bijvoorbeeld met een paperclip spelen of aan je ring draaien. De paperclip valt steeds op de grond en ringen draag ik alleen als ik ergens naartoe ga.
Ik heb de meeste soesa met die zenuwtrekjes, eh, mondgewoontes, wanneer ik eet. En daarom trommel ik voortaan boven mijn bord Brinta met beide voeten de drumsolo uit Radar Love, speel ik tijdens een boterham met kaas het vijfde pianoconcert van Beethoven met mijn vrije hand op het tafelblad en blaas ik tussen de happen spinazie en aardappel door de tubapartij van een door mij zelf gecomponeerd stukje marsmuziek.  
Als ik niet oppas, zit ik straks met een verzameling nieuwe mond-, hand- en voetgewoontes. Of ben ik in te huren als eenpersoonsorkest. Voor al uw feesten en partijen.
 

Afl. 65 We hebben veel geleerd

02-02-2020
In Den Bosch bezoek ik de overzichtstentoonstelling ‘Design van het Derde Rijk’.
Indrukwekkend. Beklemmend. En verbazingwekkend, hoe zoveel mensen zich in die jaren laten inpalmen door de woorden van één megalomane man met een zieke geest. Vijftig tot zestig miljoen doden. Dat nooit meer, roept de wereld na afloop van de Tweede Wereldoorlog.
We kunnen die gek natuurlijk alle schuld geven van wat er in die tijd gebeurt, maar laten we wel wezen: Hitler maakt alleen zijn gedachten vuil. Niet zijn handen. Daar heeft hij volgzame militairen, boeren, burgers en buitenlui voor. Want met zijn doortrapte ideologie vervuilt Adolf appeltje-eitje ook hun gedachten. Waarna die anders zo verstandige mensen zonder enige gewetensbezwaren hun joodse buren aangeven, die vervolgens een enkeltje Polen krijgen en in veewagons worden afgevoerd, opeen gepropt met Roma, Sinti, homoseksuelen, gehandicapten en dwarsdenkers.
Gelukkig hebben we sindsdien veel geleerd. Regeringsleiders gaan door het stof. In eigen land biedt Rutte na de publieke verontschuldigingen aan de joodse gemeenschap, nu ook formeel zijn excuses aan voor de wandaden die Nederlanders hebben begaan tijdens de onafhankelijkheidsstrijd in Indonesië. Mensen als Wilders en Baudet en religieuze leiders laten het tegenwoordig uit hun hoofd om andersdenkenden en andersgelovigen te stigmatiseren, veroordelen of te verketteren. Hun nieuwe lijfspreuk: we zijn allemaal gelijkwaardig.
Ook wereldwijd maken we sinds 1945 sprongen voorwaarts. Tijdens de Koreaanse oorlog vallen er maar een paar honderdduizend doden, net als later in de Golfoorlog. Oké, er zijn uitschieters met vier miljoen slachtoffers in de Vietnam oorlog en twee miljoen in Cambodja gedurende het schrikbewind van de Rode Khmer. Maar de score in Syrië bedraagt tot nu toe hooguit een half miljoen en in Afghanistan en Jemen zijn het er zelfs nog minder.
We gaan de goede kant op. Voor de zekerheid schaffen we alle godsdiensten af en krijgen de machtswellustige testosteronbommen van wereldleiders verplicht een behandeling met oestrogeen.
Nee, wij hebben niets te vrezen. Toch? 
 

Afl. 64 Aan de stok

26-01-2020
Zes jaar ben ik niet op vakantie geweest. Lijf doet het niet altijd naar behoren en hoofd staat er weleens niet naar. Dit jaar wil ik het erop wagen en wel naar Frankrijk, net als veel Nederlandse stellen en gezinnen. En dan overnachten in een hotel, want kamperen is aan mij niet besteed. Bij gebrek aan man en kroost kan ik in mijn eentje op pad gaan, maar daar heb ik echt geen zin in.
Ik googel ‘groepsrondreis Frankrijk’ en krijg organisaties met kuddes van wel veertig personen. Propvolle programma’s met bijna iedere dag een nieuwe bestemming en ook iedere dag uren zitten schommelen in een bus. Mooi niet. Een wandelvakantie dan? Kleine groep. Acht dagen Provence, lichte wandelingen vanuit één standplaats. De prijs is schrikken. Maar ik ben toe aan even weg uit eigen land.
Ik wil die week wel mee, zegt vriendin D. aan wie ik mijn voornemen vertel. We kiezen voor zes dagen samen wandelen vanuit een B&B in de Morvan, een streek in de Bourgogne.
Mijn evenwicht is de laatste jaren wat gammel geworden. Ik moet dus dapper aan de bak op heuvelachtig terrein. D. wandelt er al geregeld flink op los in mooie geaccidenteerde gebieden in Europa. Ik zoek en vind mijn wandelstok die nog dateert uit de tijd dat ik uitdagende bergwandelvakanties aankon. Twee dagen later kuier ik een paar uur met oud-collega F. over de Oude Buisse Heide. Het eerste halfuur lijkt het alsof ik met de stok monsters wil doodprikken die zich in het zand ophouden. Al snel doorstaan stok en ik behendig de grootste oneffenheden. De volgende dag banjer ik met vriendin P. over hobbelig terrein en neem moeiteloos een woeste hoogte van wel vijftien meter. Binnenkort gaan D. en ik de vijftig meter hoge duinen bij Zoutelande bedwingen. En eind april op naar het echte wandelwerk in de Morvan.
De wereld ligt weer evenwichtig onder mijn voeten. Lang leve de wandelstok.
 

Afl. 63 Daten

19-01-2020
Je kan gaan daten, hoor ik een vrouw tegen een andere zeggen.
Ik denk aan mijn eigen ervaringen. De laatste twee afspraken dateren van 2013. En die mannen zal ik niet snel vergeten.
Met de eerste spreek ik af op een Roosendaals terras. Militaire uitstraling, niet het type waar ik direct op val. Vooruit, denk ik, weg met die vooroordelen! Ik kan aardig kletsen, maar vergeleken hem ben ik een stille muis. Al snel weet ik alles over zijn ex, zijn werk (hij is dus echt een beroepsmilitair), zijn eetgewoonten en hoe goed en slim en gevoelig hij wel niet is. Geeuw.
Wil je ook iets over mij weten? vraag ik na zijn monoloog van een halfuur even scherp als ik het bedoel. Of blijf je liever over jezelf lullen? Waarop hij me uitmaakt voor ongevoelig kreng. Terwijl hij binnen naar de wc gaat, knijp ik er tussenuit.
In het profiel van de tweede staat dat hij een joviale levensgenieter is. Hij nodigt me joviaal uit voor een lunch op zijn kosten in het Kurhaus. Wanneer ik hem op het station in Den Haag begroet, wil hij liever naar een Chinees. Daar stouwt hij een driegangenmenu naar binnen en besproeit alles rijkelijk met bier. Het is elf uur, ik houd het bij thee. Of we de rekening kunnen delen, durft hij te vragen. Mijn gezichtsuitdrukking zegt genoeg, waarna hij ‒ gul als hij beweert te zijn ‒ ook mijn thee dan maar betaalt.
We wandelen de stad in. Ik krijg trek in een tosti en zeg ‒ gul als ik dan maar zal zijn ‒ dat ik hem op thee trakteer. Waarbij hij meteen het duurste gebak van de kaart bestelt. Tussen twee happen door vertelt hij ook nog even dat hij werkloos is en wat extra’s bijverdient door zijn voormalig werkgever te chanteren. Waarop ik zeg dat ik naar huis ga.
Niet even lekker seksen? vraagt hij bij het afscheid.
Wil je je als single af en toe mateloos verbazen? Ga daten.

 

Afl. 62 Kattenkots

12-01-2020
De titel verraadt het al: dit wordt een onsmakelijk stukje. Over kotsende katten. Of ik dat niet netter kan omschrijven? Nee. Overgeven geeft een te ingetogen beeld van wat katten soms flikken. Er kunnen haarballen dwarszitten. Of ze vinden iets wat in staat van ontbinding verkeert en niet zo lekker valt. Meestal komt het door gulzigheid.
Van mijn eerdere katten is Fred Kampioen Kotsen. Bij voorkeur midden op het vloerkleed, zodat het niet tegen zijn poten spettert. Eén keer staat hij op de overloop te kokhalzen. En glop, daar spuit een brei van brokjes in verschillende stadia van vertering al over de trap, om trede voor trede naar beneden te druipen.
Karel is vriendelijk, grappig en niet al te slim. Hij is de eerste kat die vaak luistert wanneer ik hem roep. Binnenshuis werkt zijn peristaltiek nooit tegendraads. Ik heb zelfs nog geen haarbal zien liggen. Ben je een kattenliefhebber, dan zul je denken: ideaal huisdier. Dat is hij ook. Ik bof maar met deze schat van een asielkat. Op één ding na. Karel is geobsedeerd door eten. Zodra hij me ziet na een afwezigheid van langer dan vijf minuten, begint hij te jengelen. Hij schrokt alles op. Kattenvoer, spinazie, banaan en sojayoghurt.
De dierenartsassistente adviseert me om hem tijdje te overvoeren, dan leert hij het waarschijnlijk wel af. En dus laad ik zijn bakje tot aan de rand toe vol brokjes, die hij boerend en zonder kauwen naar binnen gaffelt. En even later uitspuugt. In de jaren dat ik meer katten heb, eten ze elkaars uitgebraakte prakkie nog wel eens op. Ha, warm eten! Hoef ik de rommel zelf niet op te ruimen. Karel laat zijn kots links liggen. En rechts, voor en achter. Jengelen doet hij niet meer. Wel dijt zijn buik uit. En dus geef ik hem langzaam steeds minder eten, precies zoals de dierenartsassistente me aanraadde.
Het kotsen neemt af. En het jengelen helaas weer toe.
 

Afl. 61 Bordercollies en lijdzame schapen

05-01-2020
Met mijn zus naar de film Cats.
We genieten van de decors, van ballerinapoes Victoria, van de bejaarde broosheid van Deutoronomy en van de wanhopige Grizabella die de meest doorleefde versie van Memories zingt die we tot nu toe hebben gehoord.  
In de zaal zit nog een handvol mensen die zich niet hebben laten beïnvloeden door de barslechte kritieken. Cats zou een belediging zijn voor de schrijver van de musical en voor de hele sterrencast. Het zou een hopeloos mislukte verfilming zijn met een flinterdun verhaal. En de katten zouden soms pornografisch ogen.
Die preutse Telegraafrecensent heeft zeker nooit het ballet De Notenkraker gezien. Met ook een mager verhaal, over speelgoed dat tot leven komt. Ballerino’s hupsen er rond in strakke maillots met een ferme bobbel tussen de benen. Zijn schriele verhaallijnen en kostuums die niets te raden overlaten alleen geoorloofd bij ballet en musicals?
Boek- en filmrecensenten zien zichzelf graag als de onmisbare bordercollies die lijdzame lees- en kijkschapen de juiste richting in moeten loodsen. Een boek of film is pas goed bij de gratie van hun mening, want zij hebben er verstand van. Hoezo verstand? Het is toch een kwestie van smaak? En waarom zou hun smaak belangrijker zijn dan die van iemand die iedere maand drie boeken leest of wekelijks naar de bioscoop gaat?
Denk even aan Youp van ’t Hek die ooit uitriep dat hij een hekel had aan drinkers van dat gereformeerde Buckler bier. Binnen de kortste tijd lieten de bierdrinkende schapen het merk links liggen en was het van de markt verdwenen.
En dat is precies wat er met afgekraakte boeken, films en dit keer met Cats gebeurt. Ze worden een flop omdat gedweeë blaters zich door die herdershonden van recensenten een bepaalde hoek in laten blaffen.
Voor al die onderdanige schapen: lees zelf dat afgebrande boek en kijk zelf die afgekraakte film en vorm daarna je eigen‒ misschien wel juichende ‒ mening.     
 
 
 
 
 
inDelen