Blog

133. De laatste

31-07-2022
De koek is op. Meer zit er niet in. Ik hou het voor gezien. Heb niets meer te melden. Althans niet in blogvorm. En zeg nou zelf, 133 is een mooi rond getal om er een punt achter te zetten.
Ik blijf natuurlijk schrijven. Romans (de derde is af, er gloort hoop aan de uitgevershorizon). Korte verhalen. Commentaar op Facebook en LinkedIn. Boodschappenbriefjes.
Onlangs ben ik begonnen aan een jeugdboek waarin ik mijn fantasie de vrije loop laat. Heerlijk. Bovendien wil ik ooit een spannend boek schrijven. Of een dichtbundel. En zo fladderen er heel wat ideeën in mijn hoofd.

Waar het op neer komt: dit is de laatste blog. Waarschijnlijk. Want dat weet je bij mij niet zeker. En deze (voorlopig of definitief) laatste blog stelt weinig voor. Omdat hij nergens over gaat. Nou ja, over dat ik ermee stop.
De laatste tijd verschenen mijn blogs onregelmatig. Aangezien ik geen berichten heb ontvangen van teleurgestelde lezers die zich afvroegen waarom ze het zonder mijn (twee)wekelijkse schrijfsels moesten stellen, denk ik dat niemand ze zal missen. Dat schrijf ik niet uit zelfmedelijden, het is gewoon een vaststelling. Een mens krijgt dagelijks al genoeg leesvoer voor de kiezen.

Zodra er nieuw werk van me op de markt verschijnt, laat ik weer van me horen want trouwe lezers willen dat vanzelfsprekend meteen aanschaffen...

Tot dan,
Hedwig

 

132 Poes en Teef

05-06-2022

‘Ik ben het beu dat mensen andere mensen uitschelden voor vuile hond.’

‘Jij bent toch een hond?’
‘Maar wel een schone.’
‘Een vrouwtjeshond. Een teef, dus.’
‘Welja, gooi er maar een tweede mensenbelediging tegenaan. Iedereen weet dat teven vriendelijker en zachtaardiger zijn dan reuen, maar dat laatste woord gebruikt niemand.’
'In het Engels zijn zonen en dochters van een teef verachtelijke personen. Zouden kinderen van een reu dan achtenswaardiger zijn dan jouw pups?’
‘Iedere pup komt toch uit een teef? Waarom doe je zo kattig? O wacht, omdat je een kat bént. Ook een vrouwtje. Een poes, dus. En sommige mensen bedoelen met ‘poes’ heel iets anders dan een vrouwelijke kat.’
'Ik snap hem.'
‘Onze geslachtsnamen worden misbruikt. Ik wil voortaan heel algemeen een blafbeest worden genoemd.’
‘Nou, als ik een haarbal in mijn keel heb, blaf ik ook, maar ik ben echt geen hond.’
‘Dan ben ik vanaf nu een Afstammeling Van De Wolf Met Een Optimale Wederzijdse Afhankelijkheid Met De Mens. Een AVDWMEOWAMDM.’
‘Toe maar. In dat geval wil ik dat iedereen mij ziet als een Gespecialiseerde Jager Die Bovenaan De Voedselketen Staat Zónder Wederzijdse Afhankelijkheid Met De Mens. Een GJDBDVSZWAMDM.
Maar dan zitten we nog steeds met dat vernederende ‘Teef’ en ‘Poes.’
‘Mensen hebben het ook niet altijd makkelijk. Je hebt er die met hun geslacht in de maag zitten.’
‘Gender.’
‘Betweter.’
‘Klopt. Iedereen weet dat katten slimmer zijn dan honden. Nu ik het toch over gender heb, ik denk dat mijn helper het vernederend vindt om ‘vrouw’ te worden genoemd.’
‘Je bedoelt je bazin?’
‘Jullie honden hebben bazen, wij katten hebben personeel en een van mijn personeelsleden noemt zichzelf nu ineens een mens-dat-menstrueert. Wat opmerkelijk is, want ze is 70. Een oud-mens-dat-al-jaren-niet-meer-menstrueert, een OMDNMM. Niet te verwarren met een jong-mens-dat-nog-niet-menstrueert, ofwel een JMDNNM.’
‘Mijn bazin is hartstikke jong maar heeft geen baarmoeder meer.'
'Baarmoeder hoor je ook niet meer te zeggen.'
'Ze heeft geen baarouder meer, nou goed? Ze is een JMZBDNM. En mijn andere baas heeft dikke vrouwenborsten, maar is zeker geen mens dat menstrueert. Hij is een MMDVDN…’
‘Ik word hier zó ontzettend moe van.’
‘Zeg poes, zullen wij het dan toch maar bij hond en kat houden?’
‘Is wel zo duidelijk, teef.’

131. Billentikker

23-03-2022
Ik ben een billentikker in ruste. Deze onschuldige gewoonte was het enige eigenaardigheidje in mijn verder volmaakte persoonlijkheid, dus ik heb het al die jaren door de vingers gezien. Maar, waar mensen tegenwoordig van een waarderende blik op hun achterste al moord en brand schreeuwen, laat je het als argeloze tikker helemaal uit je hoofd om toe te slaan. Zelfs wanneer dit (zoals in mijn geval) vooral in het geniep gebeurde in een drukke winkelstraat of afgeladen kroeg. Een petsje tegen de in een legging gepropte gigantisch deinende bilpartij van een vrouw. Of een klapje tegen de uitpuilende mannenbips in een te strakke leren broek. En dan gniffelen wanneer ze om zich heen keken om te zien wie de dader was. De verdenking viel nooit op een keurige vrouw zoals ik.
Openlijk heb ik me twee, hooguit tien keer laten gaan. Zo was ik op mijn werk een keer niet bestand tegen de bijna dagelijkse aanblik van de ferme kadetjes van een fitnessinstructeur, gehuld in een zwart-wit gestreepte stretchbroek. Zijn klassen bestonden bijna louter uit vrouwen, dus wat mij betrof vroeg hij er gewoon om. Als voormalig marinier (en tegenwoordig stuntman) zag hij de lol er wel van in. Denk ik. Hij keek me alleen maar schaapachtig aan.
Mijn tikjes en mepjes zijn geen uiting van de platte driften die je doorgaans bij mannen ziet. Het maakt mij niet uit of de bezitter van zo’n achterwerk een man is of een vrouw. Of een hangbuikzwijn bij een kinderboerderij. Of een Belgische trekknol voor een koets. Het heeft alles te maken met een goedaardige nieuwsgierigheid naar stevigheid en verend vermogen.
Kolossale dierenkonten neem ik nog steeds graag onder handen. Dat ik geen actieve mensenbillentikker meer ben, komt ook omdat ik intussen ouder en nog wijzer ben geworden. Al sluit ik niet uit dat mijn aandrang af en toe toch onverwacht de kop kan opsteken.
 

130. Lang leve de leut

01-03-2022
‘Aan het genieten van carnaval?’ vraag ik.
De hoogbejaarde man glimlacht, maar niet van harte.
We komen elkaar weleens tegen in het centrum. Dan schuifelt hij achter een blauwe rollator en duwt zijn vrouw tegen een rode. Samen praten ze honderduit, alsof ze elkaar lange tijd niet hebben gezien. Met zijn statige postuur en het witte, goed onderhouden baardje zou hij een koning uit een sprookje kunnen zijn. Zijn vrouw, tenger, rug recht en schouders laag, heeft hetzelfde koninklijke voorkomen. Ze kleden zich alsof ze altijd op weg zijn naar een galavoorstelling. Hij in pakken van een stof met een zijdeachtige glans, zij in rokken met jasjes die zomaar eens van Chanel kunnen zijn. Wat dat betreft zijn ze het toonbeeld van het Roosendaals carnavalsmotto van dit jaar: Van goej Uize.
Een kikker en een mini Max Verstappen huppelen voorbij. ‘Hier blijven,’ roept een man in boevenkostuum.
‘Is uw vrouw er niet bij?’ vraag ik.
In de ogen van de man verschijnen tranen. Hij laat ze de vrije loop. ‘Ze is vorige maand gestorven.’
‘Wat vreselijk. Was ze ziek?’
‘Beroerte. In het ziekenhuis heeft ze nog een paar woordjes gebrabbeld. Zolang ze nog kon praten, zou het wel meevallen, dacht ik. Diezelfde nacht is ze overleden.’ Hij wrijft zijn wangen droog.
Naast ons op het plein slaan twee mannen luidruchtig hun vermoedelijk niet eerste biertje van vanmiddag achterover.
‘We waren 71 jaar samen. Ik heb de dokter gevraagd of ik ook dood mocht, maar hij zei dat ik gezond ben en dat het dan niet mag.’
‘Ik weet niet wat ik moet zeggen.’
‘Ik hoop dat ik een hartstilstand krijg.’ Hij friemelt een kettinkje met niet-reanimerenpenning tevoorschijn. ‘Daarom draag ik deze. Doodgaan mag niet, maar iemand ongevraagd terughalen uit de dood wel. Belachelijk.’
Ik knik.
‘Ik mis haar verschrikkelijk.’
‘Niet zo somber,’ lalt een van de mannen. ‘Het is carnaval. Lang leve de leut.’
 
Mijn blog liever in je mail? Vul hier je gegevens in. Je kunt er ook een opmerking kwijt. Vind je mijn blog leuk? Deel hem gerust met anderen. Graag zelfs.

129. Code rood

19-02-2022
Ik trek de voordeur open en rits mijn jack dicht tegen de tocht. Het zal zo’n vaart niet lopen met die voorspelde storm. Een boomtak met een verbaasd om zich heen kijkende merel waait de gang van mijn huis in. De pannen van het dak van de overburen kletteren op straat. Ik hoop dat ze die rommel straks opruimen, net als de Landrover Defender die slordig op zijn zij tegen de gevel van de buren is gekwakt.
Fladderend van boom naar schoorsteen naar vlaggenstok land ik even later op het bordes van het Oude Raadhuis op de Markt. Draaikolken van wind smijten twee niet aangelijnde chihuahua’s en een zak frietaardappelen onder het afdak van een leegstaand winkelpand. Een vrouw in een wijde jas buitelt als een stuurloze vlieger boven de bibliotheek.
Op de grond grijp ik me vast aan paaltjes, verkeersborden en de kuit van een zwaarlijvige man, en sleep me door de steeg naar de Nieuwe Markt. Pruiken, petten, brillen – waaronder een zonnebril – en een kunstgebit schieten langs als ongeleide projectielen. Net op tijd ontwijk ik een rollator met een bejaarde man die zich vastklemt aan de handvatten. Zijn spillebenen wapperen als een broek aan een waslijn achter hem aan. Twee tienermeisjes fietsen vrolijk kwebbelend rakelings langs mijn hoofd.
‘Blijf je vannacht slapen?’ roept een jongen vanaf een lantaarnpaal. Hij kijkt verliefd naar een meisje dat aan de overkant schrijlings over een ijzeren hek is gedrapeerd. Vlak bij haar kukelt een uit de muur gerukt uithangbord op de keien en zet een leger van lege blikjes en plastic flesjes de aanval in op de pui van een kledingwinkel.
‘Heb je de tuinstoelen binnen gezet?’ gilt een meer dan volslanke vrouw vanaf een langs glijdende gietijzeren bank naar de meer dan magere man naast haar.
Op mijn buik en ellebogen tijger ik naar huis. Ik wist het wel. Niets dan bangmakerij, die stormwaarschuwing.   
 
Mijn blog liever in je mail? Vul hier je gegevens in. Je kunt er ook een opmerking kwijt. Vind je mijn blog leuk? Deel hem gerust met anderen. Graag zelfs.
 
 

128. Nutteloze huishoudtips - deel 1

08-01-2022
Het is eb wat onderwerpen voor een blog betreft. Totdat vloedgolven van inspiratie mijn hoofd inrollen, schotel ik je daarom nutteloze huishoudtips voor (al kan het dus ook bij deze ene blijven).
Voor iedereen met een afkeer van viezigheid of met een bovenmatige angst voor besmetting met een ziekmakende bacterie, trap ik af met het promoten van een op tv aangeprezen snoerloze stofzuiger waarmee je de flintertjes van uit elkaar gevallen materialen – beter bekend als stof – tot een wetenschappelijk bewezen diepte uit je tapijt of van je vloer kan zuigen. Met dit apparaat is het een fluitje van een cent om ook muren en plafonds op moleculair niveau schoon te zuigen. En: het maakt de microscopische snippertjes en schilfertjes op je vloer zichtbaar voordat je ze opzuigt. Hoe geweldig is dat! Je hoeft geen vierkante millimeter meer te missen en je niet langer zorgen te maken over de subatomaire deeltjes die je huidige stofzuiger over het hoofd ziet, want op het lcd-scherm van dit mirakel kan je van vier verschillende stofdeelgroottes aflezen hoeveel er worden opgezogen. Bestaat jouw leven uit het najagen van stofwolken en speelt geld voor jou geen rol? Dan is dit slechts 700 euro kostende toestel van Engelse makelij onmisbaar. Het kent nog een voordeel. Uit onderzoek blijkt namelijk dat dit hebbedingetje de enige stofzuiger is waar op gadgets verzotte mannen met een hekel aan huishoudelijke taken graag mee in de weer gaan. Tot slot. Kom jij na al dat sloven alleen maar tot rust als je de regendruppels volgt die langs je raam naar beneden roetsjen, of wanneer je in kleermakerszit voor het deurglas van je wasmachine een volledig kookwasprogramma bekijkt? Dankzij de mini-monitor op deze stofzuiger heb je er een derde ontspanningsmogelijkheid bij. Wil je zen zijn en tegelijk lichaamsbeweging krijgen? Ren dan stofzuigend door het huis terwijl je wezenloos toekijkt hoe al die dankzij de laser tot leven gekomen stofdeeltjes over het lcd-scherm vliegen.     
 
Mijn blog liever in je mail? Vul hier je gegevens in. Je kunt er ook een opmerking kwijt. Vind je mijn blog leuk? Deel hem gerust met anderen. Graag zelfs.
 
 
 
inDelen