Blogs/Stukjes

127. Oeps

19-12-2021
In de winkel blokkeren twee mannen met hun rug naar me toe het gangpad van de kledingwinkel. De linker heeft zijn forse lichaam in een marineblauw camouflagepak geperst. De rechter – een stuk spichtiger – draagt een glimmend zwart trainingspak boven rode sneakers. Beiden hebben een opgeschoren nek onder een zwart baseballpetje.   
‘Pardon heren, mag ik er even langs?’
De mannen draaien zich om. De marinier – armen over elkaar – draagt ringetjes rondom zijn oorschelpen en heeft de uitstraling van een overspannen drilsergeant. Zijn maat Trainingspak-met-witte-bies heeft een spitse kin en oefent dezelfde aantrekkingskracht op me uit als een hondsdolle dobermann.
Angstvallig zet ik een stapje achteruit. Voor de zekerheid twee. De mannen kijken me zwijgend aan, zonder aantoonbare aanstalten om me erlangs te laten. Heb ik iets verkeerds gezegd?
‘Pardon mánnen?’ probeer ik. Misschien voelen ze zich te stoer om voor heren uitgemaakt te worden.
‘Doe normaal,’ zegt de marinier met een doorrookt stemgeluid.
Oké, geen heren of mannen. Ze zijn van onbestemde leeftijd, zonder snor- of baardgroei. Tieners zijn het zeker niet. Geloof ik. ‘Jongens dan?’ waag ik als behoedzame laatste poging.
‘Wij zijn vroúwen!’ keft de dobermann me met een opvallend hoog stemgeluid toe.
Ik wil weten waaraan ik dat kan zien, maar die vraag zal ongetwijfeld tot zwaar lichamelijk letsel leiden en dus laat ik het uit mijn hoofd. De marinier zet de handen in de zij. Pas dan vallen me twee enigszins geplette, maar nog steeds monumentale vrouwelijke attributen op onder de strakke bodywarmer. Ik zet een schaapachtig lachje op, mompel: ‘Oeps, sorry’ en maak me uit de voeten.
Het is een stuk minder bedreigend wanneer ik me jaren geleden op een nieuwe afdeling aan collega Gooff voorstel. ‘Hoi, ik ben Hedwig.’
Hij haalt een zwaar shagje uit zijn mond. ‘Het is toch dé wieg?’ Waarna hij me om een onduidelijke reden voortaan met ‘Wiegjes’ aanspreekt. Wat raar is, want ik ben in mijn eentje.
 

126. Sem oportunidade

05-12-2021
Doodmoe kan ik ervan worden. 3G. Ik heb het niet over de derde generatie mobiele telecommunicatie of coronamaatregelen, maar het Nederlandse Gezeur, Gezever en Gezeik. Het betweterig geheven vingertje en de ‘ik heb de waarheid in pacht’. De kliekjes die op sociale media trompetteren dat ‘de anderen’ het verkeerd zien en daarom de builenpest mogen krijgen, een nog altijd effectieve infectieziekte. Het stikt hier van de zelfbenoemde wetenschappers en profeten die maar al te graag hun ongefundeerde en nodeloos kwetsende meningen spuien.
Ik tier ook regelmatig op het zwalkende overheidsbeleid. We boffen maar dat we hier openlijk tekeer kunnen gaan tegen dwalende politici, overijverige belastingambtenaren en ons (on)genuanceerde oordeel mogen uitstorten over bijvoorbeeld het dragen van hoofddoekjes en mondkapjes. In heel wat landen verdwijn je geruisloos in een cel of gehaktmolen wanneer je een visie verkondigt die politieke machthebbers of religieuze leiders liever niet horen.
Ik begrijp iedereen die dolende politici en huis-tuin-en-keuken geleerden wil ontvluchten. Of het kwakkelende weer en de overbevolking hier. Ik blijf. In ieder land valt wel iets te mekkeren en ik heb geen zin om op mijn leeftijd een nieuwe taal en cultuur te leren. Voor landgenoten die wel het lef en de middelen hebben om te vertrekken, is Portugal een gewilde bestemming. Een columnist schrijft dat Nederland een leuker land zou zijn als het in Portugal lag. Oké, we pakken de hele boel dus op, plempen alles aan de Portugese zuidkust en gaan ervan uit dat de Nederlanders naadloos de bescheiden en volgzame aard van de Portugezen overnemen? Portugal telt een handvol politieke partijen, de twee grootste maken er de dienst uit. Overzichtelijk en weinig gesteggel en gepolder om een regering te vormen. Je kan er natuurlijk op wachten tot groepjes Nederlanders gaan zaniken over maatregelen of wetten in hun nieuwe vaderland en splinterpartijtjes gaan oprichten. Voor je het weet ruien ze de beminnelijke Portugezen op en beginnen ook die te 3G’en.
Je kan de mens uit Nederland halen. Maar de ingebakken eigenaardigheden uit de Nederlander? Sem oportunidade. Kansloos.
 

125. Gratis garantie

14-11-2021
‘Ik lees dat ik bij mijn nieuwe wasmachine 10 jaar gratis extra garantie kan krijgen, dus ik wil hem laten registreren.’
‘Dan noteer ik uw gegevens en het type van het apparaat,’ zegt de mevrouw van Domestic & General.
Ik geef mijn naam, adres, e-mail, telefoonnummer en de informatie over de Whirlpool.
‘U hebt standaard twee jaar fabrieksgarantie. Door u te registreren voor deze 10 jaar extra garantie betaalt u in jaar drie tot en met vijf 120 euro voor vervanging van onderdelen, voorrijkosten en arbeidsloon. Een te vol gepropte trommel of een ongelukje met een scherp of hard voorwerp dat vanuit een kledingstuk in de machine belandt, vergoeden we uiteraard niet.’
‘Messen en kiezelstenen uit mijn zakken halen. Begrijp ik. Wat ik niet snap is waar die 120 euro ineens vandaan komt.’
‘Dat bedrag bestaat standaard uit 90 euro voorrijkosten en 30 euro voor eventuele onderdelen.’
‘Betaal ik die 30 euro ook als er geen onderdelen vervangen hoeven worden?’
‘Het is een standaardbedrag. Na het vijfde jaar is dat 179 euro.’
’Hoe zit het dan met die gratis extra garantie van 10 jaar?’
‘De registratie van uw wasmachine is gratis.’
‘En die garantie van 10 jaar is dat dus niet.’
‘Bij een defect onderdeel betaalt u de standaardbedragen die ik u zojuist heb genoemd. Registratie is gratis.’
‘Dat zei je al. Wat je bedoelt is dat dit telefoontje standaard gratis is. En dat ik gratis mijn gegevens aan je heb gegeven zodat Whirlpool mij standaard aanbiedingen kan sturen. Ik heb onlangs een oven van Pelgrim laten repareren. Vier jaar oud. Viel onder de garantie van de producent. De onderdelen kostten me geen rooie cent.’
Stilte.
‘Die 10 jaar gratis garantie van jullie is misleiding. Het is gewoon een soort onderhoudscontract.’
‘Wilt u dat ik uw wasmachine registreer?’
‘Wat denk je zelf?’
 
Slimme marketing, wat je zegt. Maar listige tactieken zoals deze gun ik standaard een kookwasprogramma met centrifugeren op 1600 toeren. Al dan niet in een machine van Whirlpool.
 

124. Opa

07-11-2021
‘Mijn zoon Henk,’ zegt de eindzeventiger in de rolstoel. ‘Een Johan Cruyff in de dop.’ Een knul van een jaar of tien gooit een bal op met zijn voet, vangt hem op in zijn nek en laat hem over zijn achterhoofd rollen. We staan bij een groentekraam op de markt. Een iets oudere jongen houdt een tros bananen omhoog. ‘Opa, heb je nog iets anders nodig?’
‘Nee,’ antwoordt grootvader zonder zijn blik van het jongleertalentje te halen. De andere jongen rekent de bananen af. ‘Ik breng hem elke zaterdag naar voetbaltraining en na het eten trappen we samen een balletje,’ zegt opa. Ik wil vragen of dat meevalt in een rolstoel, maar de groenteman vraagt me wat het mag zijn. Sinaasappels. Het ballenwonder laat de bal nu op zijn hoofd stuiteren. ‘Heeft-ie van mij,’ beweert opa. ‘Een paar jaar geleden heb ik het tot het eerste geschopt.’ Heeft hij het over een groep rolstoelers die balkunstjes vertoont? Een geriatrisch voetbalelftal? De andere jongen peutert een papieren zakdoekje uit grootvaders jaszak. ‘Neus snuiten, opa.’ Hij veegt opa’s neus af en stopt het zakdoekje terug.
‘Voetbal jij ook?’ vraag ik.
De jongen opent zijn mond. ‘Adrie neemt later de slagerij over,’ is opa hem voor. ‘Zijn moeder en ik willen op ons zestigste stoppen en wereldreizen gaan maken.’
‘Dat was het?’ vraagt de groenteman. ‘Alleen nog een half pond spruitjes,’ zeg ik.
De jongste knul komt erbij staan. ‘Mijn zoon Henk,’ zegt opa. ‘Een Johan Cruyff in de dop.’
‘Ik ben Paul, opa,’ zegt de mini Johan Cruyff smalend. ‘Dat is Martijn. Henk is onze vader. Oma en oom Adrie zijn al heel lang dood en de slagerij bestaat ook niet meer.’
Opa kijkt me wanhopig aan, alsof hij hoopt dat ik hem uitleg hoe de vork in zijn familiesteel zit.  
Martijn werpt Paul een boze blik toe. ‘Kom, opa,’ zegt hij. ‘We gaan boterhammen met leverpastei eten. Bent u dol op.’
‘Drie euro zestig,’ zegt de groenteman tegen mij.
 

123. Straatliefde

23-10-2021
In de smalle straat staat een file van zo’n tien auto’s. Voorop een vrachtwagen, op de wielen gevolgd door een vuilniswagen. Ik fiets over de stoep langs de rij en stap af bij de vuilniswagen. Twee jongelui zwieren zakken plastic in de opengesperde muil van het bakbeest. Met alle zakken weggewerkt, kijken ze net als ik toe hoe de man van de vrachtwagen een wasmachine op een steekkarretje een huis binnenduwt. De vuilnisophalers zijn een knul met vettig blond haar en een tenger meisje. Bij iedere beweging die ze maakt, kwispelt haar vlammend rode paardenstaart opgewekt mee. Het tweetal staat zo dicht tegen elkaar aan dat ze door kunnen gaan voor een Siamese tweeling. Ongebruikelijk bij werknemers van welke bedrijfstak dan ook, met uitzondering van acteurs die in een liefdesscène zijn verwikkeld. Waar ik nu getuige van ben, is geen straattoneel. Dit is onvervalste verliefdheid.
Discreet wend ik mijn blik af en onderzoek de mogelijkheid of mijn fiets en ik aan de overkant langs de opstopping kunnen. Maar daar ligt de stoep open. Een man rolt groene kabel van een haspel.
Terug naar het verliefde stel. Het meisje klopt de jongen op het vettige piekhaar alsof hij een puppy is. Braaf. Zijn reactie is een liefkozend porretje tegen haar schouder. Hij lacht. Zij lacht. Hun gezichten hebben een nog diepere kleur rood dan de kwispelende paardenstaart. De jongen trekt zijn handschoenen uit en laat ze achteloos op de grond vallen. Uit zijn broekzak vist hij een strip kauwgom, drukt de laatste twee stukjes eruit en stopt ze in zijn mond. De strip slingert hij in de muil.
Het meisje kijkt hem gespeeld smekend aan. Hij bijt de kauwgom in tweeën en stopt de helft in haar mond. Ah, die glunderende blikken boven hun kauwgombellen blazende monden. Zó schattig.
Dan komt de vuilniswagen in beweging. De jongen trekt zijn handschoenen aan, de twee geliefden lopen verder. En ik stap weer op mijn fiets.

122. De Eindejaarsman

03-10-2021
Twee en een half jaar na mijn debuutroman Zonnemeisjes is onlangs de opvolger als e-book verschenen. De Eindejaarsman is een ontspannende decembervertelling met een snuf humor, een vleug spanning en een scheut romantiek. Er gebeuren wonderen. Precies wat je nodig hebt in die donkere, laatste maand van het jaar. En als kers op deze sfeervolle feestdagentaart: er valt sneeuw (die even later smelt, want het moet wel geloofwaardig blijven). Het verhaal speelt zich af in een uit mijn duim gezogen dorp aan de kust van het Zeeuwse Walcheren en draait om vier hoofdpersonages.
Nu Sinterklaas en de Kerstman zijn vertrokken, kruipt Jaap in de rol van Eindejaarsman om ‘s nachts in stilte en ongezien een cadeau achter te laten bij vrienden die wel wat hulp kunnen gebruiken. Met de sleutel van hun huis in zijn bezit is dat een fluitje van een cent. Denkt hij. Maar wie is die mysterieuze vrouw die net als Jaap in het holst van de nacht buiten loopt?
De terugkomst van politieagent Milan levert de jonge weduwe Lila hulp op als een populier door haar winkelruit waait. En een hoop verwarrende gevoelens. Dan zegt Milan dat hij in een andere plaats heeft gesolliciteerd.
Na een brand in hun hotel zitten Remco en Chantal met een hoop kosten en een poosje zonder inkomsten. Chantal denkt een oplossing voor hun geldnood te hebben gevonden. Een uitweg waar ze al snel spijt van krijgt.
Louche aannemer Dirk en zijn zoon Mark zijn met een tas vol geld op weg naar Antwerpen. Eerst willen ze uitwaaien aan de Zeeuwse kust. Gladheid, wind en vreemde gebeurtenissen gooien hun plannen om.
 
Half november verschijnt De Eindejaarsman ook als luisterboekBeeld je in dat de sneeuw tegen de ramen waait. Binnen is het warm. Het ruikt naar oliebollen en warme chocolademelk. Of naar dennenboom en gebraden kalkoen. Zeg nou zelf. Als lezer of luisteraar met een romantische inslag snak je dan toch naar een gezellig winters verhaal om even heerlijk bij weg te dromen?
 
Stukje lezen? Klik hier
 

121. Kleine mannetjes

05-09-2021
Aan de rand van het bos in Wouwse Plantage woont een kabouter. Zijn huis is uitgegraven in een steile slootkant, op de deur staat zijn naam: Felix. In zijn handen heeft hij een kratje bier en een krant, maar dat kunnen net zo goed een pak wijn en een pizzadoos zijn, waarmee hij het trapje afdaalt naar de picknicktafel op een vlak stuk van zijn tuin. Daar kwispelt een hondje. Een lamp met zonnecel zorgt ook in het donker voor licht. In de sloot ligt een roeiboot, op de oever staat een bankje. Die Felix heeft het goed voor elkaar.
Het verbaast me dat kabouters niet zijn uitgestorven. Jonkies zijn zeldzaam. Net als vrouwelijke exemplaren. Afgezien van een enkel smakeloos uitgedost snolletje en de moederkloeken uit de boeken van Rien Poortvliet, heb ik er nooit een gespot. Zelfs niet bij Intratuin. Dwerg-innen bestaan ook niet. Sneeuwwitje hokt met zeven ventjes. En Tolkien rept met geen woord over Hobbit-essen. Ik vermoed dat voortplanting van deze pietepeuterige mannetjes seksloos gebeurt (net als bij vrouwelijke bladluizen) en dat ze ‘s nachts volwassen en volledig gekleed uit een bloemkool kruipen, de kabouter zelfs meteen als bejaarde met witte baard en rode puntmuts. De bedenkers van deze minikereltjes zijn ongetwijfeld mannen met een problematische relatie met hun moeder of schooljuffrouw. Dat er geen vrouwelijke (Christelijke) engelen zijn, is te wijten aan minachting van vrouwen, een van de schadelijke neveneffecten van iedere godsdienst.
Gelukkig hebben we de Smurfin, is Tinkerbel een meisjeself en zijn goede feeën vrouwelijk. Wat algemeen voorkomt, zijn vrouwelijke trollen. Scandinavische landen lopen nu eenmaal voor op het gebied van emancipatie. In dit geval evrouwcipatie. Maar zowel vrouwelijke als mannelijke trollen zijn lelijk, kwaadaardig en jagen kinderen en volwassenen met een tere ziel de stuipen op het lijf. En tegenwoordig proberen ze online discussies en emotionele reacties uit te lokken.
Zie ik toch liever de goedaardige kleine Felix de boskabouter.
 

120. Voor de overlevenden

08-08-2021
In Nederland sterven jaarlijks tienduizenden mensen aan de genots- of voedingsmiddelen die ze door hun strot, aderen, neus of longen jagen. De helft van onze bevolking leidt aan overgewicht door te veel of verkeerd eten. Je kan erop wachten tot mensen op steeds jongere leeftijd het loodje leggen. En toch is de bevolking in Nederland in anderhalve eeuw vervijfvoudigd naar een dikke zeventien miljoen. We zijn verplicht om zo lang mogelijk te blijven leven, ook als we daar geen zin in hebben. Medicijnen en vaccinaties maken het probleem van overbevolking alleen maar erger. Als dat zo doorgaat worden we over een tijdje verplicht woningzoekenden onder te brengen op onze zolderkamers. Of moeten we nederzettingen stichten in Mongolië of Siberië.
Een Ierse immunoloog waarschuwt dat mensen die gevaccineerd zijn tegen corona binnen tien jaar de pijp uitgaan. En dat jongeren onvruchtbaar worden door zo’n prik. Voor de overlevenden biedt dat perspectief op rust, ruimte en schone lucht. Geen woningnood en vluchtelingen meer en wereldwijd herstelt het klimaat zich. Onbegrijpelijk dus dat groepjes extremistische anti-vaxxers medewerkers van priklocaties intimideren door een camera in hun gezicht te duwen en te dreigen hun gegevens te bewaren omdat zij medeschuldig zouden zijn aan de gevolgen van inenten.
Behoor je tot de radicale anti-vaxxers? Bijt je dan door de beperkende coronamaatregelen en juich het enthousiasme tot vaccineren toe. Draag je steentje bij en maak tot het uitbreken van die massale sterfte ruimhartig gebruik van je vrijheid om je niet te laten prikken. Ga de deur uit als je corona hebt. Besmet de collega met longklachten die het op jouw baan heeft voorzien. Neem die lastige wethouder met d’r zwakke immuunsysteem te grazen, net als je vader met zijn haperende hart dat maar blijft kloppen terwijl jij al zo lang op de erfenis wacht. Heb je die tien jaar overleefd, dan kan je een heilstaat stichten en dwarsliggers heropvoeden met jouw ideeën en in jouw vrijheid.
Waar wacht je nog op?
 

119. Herrie op Ameland

25-07-2021
Scholeksters. Een vreemde naam voor vogels die geen vijftig meter diep de zee induiken om op schol te jagen, maar in weilanden en op stranden hun drilboren van snavels de grond in rammen op zoek naar schelpdieren en wormen. Alleen hun zwart-witte veren en het volledig ontbreken van zangtalent delen ze met de gewone ekster. Noem een ooievaar dan ook meteen ekster. Een dasekster of zo. Naar een dier dat niet op zíjn menu staat.
Met een vriendin ben ik op Ameland. Leuke dorpjes. Fijne fiets- en wandelpaden. We hebben meestal goed weer. En een indrukwekkende geluidsoverlast. Niet van dronken jongeren of knallende muziek. Onze hotelkamer kijkt uit over een weiland waarin schapen er op los kauwen en wezenloos in het niets staren. Wat moet je anders als wollige grazer? Schapen zijn vreedzame dieren. Een groepje scholeksters heeft hun grasland gekoloniseerd en laat duidelijk horen wie het er voor het zeggen heeft. Het geluid is een mengelmoes van krijsende katten, het maandelijks luchtalarm en een brandmelder die afgaat. De eerste minuten in deze herrie laat me glimlachen. Maar deze vrolijke vriendjes zetten vanaf halfvijf ’s morgens al een trommelvlies tergende strot op. Een ouderwetse bellenwekker van de HEMA is er niets bij. Of we nu ’s middags bij het hotel terugkomen of ’s avonds: de hele tijd laten ze luidruchtig van zich horen. Alleen ’s nachts houden ze hun snavel. Ik laat mijn ochtendslaap er niet meer door verpesten en schroef de tweede nacht oordopjes in.
De vogels op de foto zijn een ouderpaar met opgeschoten jong. Ook zij tetteren heel wat af. Misschien krijgt het kuiken les van de ouders of moet het kabaal belagers op een afstand houden. Eerlijk gezegd denk ik dat deze vogels gewoon genieten wanneer ze zo tekeergaan.
Ik twijfel of ik een beeldje van een scholekster als souvenir van Ameland mee naar huis neem. Onbedoeld (en zeker ongewild) wordt het een verkoudheid. 

 

118. Creatief met water

27-06-2021
Maandagochtend. Ik trek de wc door. Een miezerig straaltje water doet er een eeuwigheid over om de stortbak te vullen en ook uit de kraan van de wastafel komt bepaald geen stortvloed. Dan maar even niet douchen. In de tijd die mijn waterkoker nodig heeft om vol te lopen kan ik een cursus Chinees volgen. Wat wel keihard stroomt is de hoeveelheid opmerkingen op de website van Brabant Water. Wat is er #@$& aan de hand? Waarom *%^+ geen verklaring? Even later is de chat onbereikbaar en de website offline. Overstroomd door de online vloed van vragen, mopperen en klagen.
Stel je voor dat we in Nederland geen kraanwater meer hebben. Die fles van anderhalve liter in mijn meterkast is binnen een paar uur leeg. Kuubje halen bij de supermarkt? De wachtenden staan tot buiten de poort en binnen een kwartier is alles uitverkocht. Als grensbewoner zit ik zo in België. Maar uit angst voor eigen watertekorten is het land voor Nederlandse waterzoekers gesloten.
In 1960 heeft Nederland bijna overal kraanwater. Bij mijn opa van vaders kant wordt de was tot midden jaren zestig gedaan met water uit de put in de tuin. De plee – in die tijd ook buiten – moeten we doorspoelen met een emmertje water. Een douche is er niet. Alleen een aanrecht.
Zonder kraanwater kan ik iedere dag de stortbak van de wc vol spugen. Waarschijnlijker is dat ik water schep uit een plas, sloot of rivier, en regenwater opvang om de vaat en de was mee te doen en te koken. Mezelf wassen kan met een washandje en een teiltje water. En 's zomers douch ik in de tuin onder een plensbui.
Dat wordt als primitief kamperen. Waar ik een spuughekel aan heb, maar wat wereldwijd de werkelijkheid is voor miljarden mensen. Wij boffen maar met ons kraanwater. Al sluit ik binnenkort toch een waterton aan op de regenpijp. Want je weet maar nooit.
 

116. Vliegen en slakken

06-06-2021
Ik kijk graag naar vogels, bijen en vlinders. Naar reeën en eekhoorns. En ik smelt als ik jonge dieren zie. Vlees eet ik zelden en mijn kat Karel heeft bepaald geen hondenleven bij mij. Je kan de conclusie trekken dat ik een dierenvriend ben die geen vlieg kwaad doet. Maar dat laatste doe ik dus wel. Al maak ik onderscheid in welke soort vliegen ik iets aandoe. Buiten laat ik ze ongemoeid. Zwermen fruitvliegjes in de keuken gaan er onverbiddelijk aan. Ook dikke bromvliegen moeten op hun hoede zijn wanneer ze mijn kamer invliegen, ik word chagrijnig van hun irritante gezoem of wanneer ze keer op keer tegen de ruit van de voorkamer knallen alsof ze denken dat ze er deze keer wel doorheen kunnen breken. Zouden ze nooit hoofdpijn krijgen of een hersenschudding oplopen? Of hebben vliegen geen hersens en verklaart dat waarom ze na de 24e botsing nog steeds niet in de gaten hebben dat isolatieglas sterker is dan een vlieg van 1 gram? Meestal dirigeer ik ze naar buiten wanneer ze het wagenwijd geopende raam niet kunnen vinden. Duurt het te lang voordat ze weg zijn, dan zwiep ik ze genadeloos met een theedoek uit de lucht om ze daarna hartstikke dood te pletten. Of ze vallen ten prooi aan het beproefde insectenjachtinstinct van Karel.
Een ander beest dat maar beter uit mijn buurt – tuin – kan blijven, is de slak. Met of zonder huisje. Dieren maken elkaar dood om op te eten, om tijdens de paartijd rivalen om zeep te helpen of om hun territorium te verdedigen. Ik bekommer mij om het welzijn van mijn planten. En daarom oogst ik de slijmerige slakken, kwak ze op een hoop op het tuinpad en stamp ze tot snot. Vogels eten de slakkensalade. De vermorzelde huisjes veeg ik de tuin in, waar ze dienst doen als bodemverbeteraar. Geen gif. Geen afval. Kijk mij eens aan circulaire, duurzame gewasbescherming doen.  

 
Mijn blog liever in je mail? Vul hier je gegevens in. Je kunt er ook een opmerking kwijt. Vind je mijn blog leuk? Deel hem gerust met anderen. Graag zelfs.

114. Algemeen Belabberd Nederlands

16-05-2021
Ik ben opgegroeid met hits van Boudewijn de Groot en Liesbeth List. Zangers die in begrijpelijk en correct Nederlands zingen.
Tegenwoordig doen uitspraak en teksten er weinig toe. Neem ‘Brabant’ van Guus Meeuwis. Goed verstaanbaar. Maar hoezo “Was men maar zo trots op Brabant als een Fries”? Waarom zou een Fries trots zijn op Brabant?
Frank Boeijen zette in de jaren ’80 de trend voor binnensmonds gemompelde liedjes. Op dit moment staan Suzan en Freek voor mij model voor vertolkers van nagenoeg onverstaanbare nummers. Articuleren kost ze te veel moeite. Hun g’s klinken als venijnige rochels. De ‘r’ is met de noorderzon vertrokken. Een ‘z’ wordt ‘s’, de ‘v’ een ‘f.’  Se sijn bang om alleen te sain. Se hebbe het so faak geprobee’d maa’ se gaaaan e’foo’.  Omdat ik jiaauw nooit fe’gete kan. Ze krijsen de ‘a’ alsof ze op een punaise zijn getrapt. En waarom zo snel zingen? Gebruik dan minder woorden.
Dat afgeraffelde, slordige Nederlands is eerder regel dan uitzondering. Nou en? Je weet toch wat ze bedoelen? Niet altijd. Mijn belegen hersenen krijgen steeds meer moeite met het uitpuzzelen van zo’n puree gemurmelde teksten. En voor ‘doekoe’ of ‘hayek’ – woorden die landgenoten van Surinaamse of Antilliaanse afkomst en nieuwe Nederlanders de taal in fietsen –  heb ik een straattaalwoordenboek nodig.
Geschreven en gesproken taal verandert voortdurend. Wat vandaag als grammaticale misser geldt is over tien jaar officiële spelling. Tegenwoordig mede dankzij ontlezing. Hun zeggen dat. Me/men moeder is ziek. Mag ik jou tas lene? Hij is groter als mij. Laat ik zwijgen over het gehaspel met d’s en t’s. Om een Van Gaaltje te gebruiken: is de Nederlandse taal nou zo moeilijk of zijn wij zo dom?
Het Algemeen Beschaafd Nederlands uit mijn jeugd is dood. De taal uit 1800 is tegenwoordig onbegrijpelijk. Vandaag mag het lekker losjes. Doe maar gewoon. Dus: Lang lefe Algemeen Belabbe’d Nede’lands. Wat uiteindelijk vanzelf ook Beschaafd wordt.
 

113. Blije activisten

02-05-2021
Het is onontkoombaar. Tenzij je analoog en zonder tv of krant leeft. Op Facebook en andere sociale netwerken, het journaal, de kletsshows en in dagbladen: dagelijks denderen karavanen langs van beelden en verslagen over sociale, maatschappelijke en milieumisstanden. Deze wantoestanden zijn de schuld van de regering. Van ‘al die buitenlanders’ en van multinationals. Altijd ligt het aan een ander. In plaats van meedenken of oplossingen aandragen, geven sommigen de voorkeur aan zeuren en zaniken. Zeg nou zelf, daar wordt toch niemand gelukkig van?
Tegenwoordig neem ik iedere dag een gezonde dosis positief nieuws tot mij. Een berichtje waarvan mijn mondhoeken opkrullen. Een grappige foto of tekst op Facebook die me in een schaterlach laat uitbarsten. Sinds kort zijn daar de – zoals The Happy Activist ze zelf omschrijft – ‘goeie acties waar je blij van wordt’ bijgekomen. Ik maak me weleens zorgen om de verslechterende toestand van onze aarde. Lieden die alleen om zichzelf geven zeggen dat er niets aan de hand is. Weldenkende mensen willen er iets aan doen. Via iemands LinkedIn pagina maak ik kennis met deze blije activisten, parttime wereldverbeteraars die duurzame initiatieven aan meer bereik willen helpen en Nederlanders aan een beter humeur. Precies wat we nodig hebben. Waar de wereld om zit te springen zijn doelgerichte acties vanuit de samenleving om problemen aan te pakken en situaties te verbeteren. Kleine inktvlekken die uitbreiden over Nederland. Maai in mei bijvoorbeeld geen gazons en bermen. Dan krijgen bloemen de kans om tot bloei te komen. En daar kunnen tot 10 x meer bijen op afkomen. Of kijk hoe sinaasappels, afgevallen van bomen in de straten van Sevilla, worden omgezet in groene energie. Filmpjes van initiatieven die goed zijn voor onze aarde. En dus voor ons.
Nieuwsgierig? Neem een kijkje op de website of Facebookpagina van deze idealisten. Of op de LinkedIn pagina van Happy Activist Matthijs Jaspers en word zelf een (nog) blijer en bewuster mens.  
 

112. Helemaal zen

18-04-2021
Vier uur ‘s nachts. Vanuit de woonkamer klinkt gekrijs. Heeft een vreemde kat het kattenluik open gewrikt en het met Karel op een knokken gezet? Beneden tref ik alleen mijn eigen huisdier aan. Waarschijnlijk zit het andere beest in de tuin. Een paar dagen later, acht uur in de ochtend. Boven kleed ik me aan, beneden gaat Karel opnieuw tekeer. Ik ren de trap af. Mijn kater staakt zijn wild geraas, de rechtopstaande haren van zijn dikke staart gaan liggen. Buiten beweegt iets. Hoe komt die bordercollie in mijn door muur en schuttingen omgeven tuin? Met mijn bril op verandert de zwart-witte hond in een Maine Coon. Een Amerikaans kattenras, dus twee keer zo groot en misschien wel twee keer zo zwaar als andere rassen. De reus kijkt me vriendelijk aan en verdwijnt over de schutting.
Dagelijks vind ik plukken kattenhaar in de kamer. Karels eens zo witte buikvacht maakt plaats voor bloot roze vel. Ik gebruik een kalmerende spray. Haalt niets uit. Een week later is het tijd voor zijn jaarlijkse inentingen en APK. De dierenarts betast hem, geeft een prik en kijkt in zijn bek. Karel ondergaat het lijdzaam.
‘Een zachtaardige lieverd,’ zegt de dierenarts. ‘Die hebben vaak last van stress.’
‘Dat herken ik van mezelf,’ zeg ik.
De dierenarts adviseert brokken met de naam Calm. Bijzonder smakelijk en ze werken na een paar weken, beweert ze. Karel stort zich op zijn nieuwe voer. Op internet lees ik jubelverhalen over afgenomen stress. Na een week gedraagt ook Karel zich alsof hij een zen meditatiecursus heeft gevolgd. Dankzij alfa-casozepine en tryptofaan, lees ik op de verpakking. De eerste donshaartjes verschijnen op zijn buik. De Maine Coon blijft uit beeld. Of Karel stoort zich niet meer aan hem.
Wat mij betreft is het tijd voor een smakelijk poeder met natuurlijke kalmerende middelen dat mensen tijdens perioden van stress door hun ochtendpap of avondyoghurt kunnen roeren.   

Mijn blog liever in je mail? Vul hier je gegevens in. Je kunt er ook een opmerking kwijt. Vind je mijn blog leuk? Deel hem gerust met anderen. Graag zelfs.

110. Intuïtie en hulpvaardige stemmen

28-03-2021
Je kent het wel. Zo’n stemmetje in je hoofd dat je ingeeft om de achterdeur op slot te doen voordat je het vergeet. Eerst koffie, denk je. In de auto vraag je je af wat je niet moest vergeten. Totdat je bij thuiskomst de achterdeur wagenwijd open vindt en in de woonkamer naar lege vlakken aan de muur tuurt waar bij je vertrek nog een paar dure schilderijen en een 77 inch tv prijkten.
Ook ik negeer het stemmetje weleens. Dat trouwens geregeld van mijn moeder is. Overleden in 2007, drukt ze me nog steeds op het hart om de leuning van de trap vast te houden of om dat glas rode wijn niet op de leuning van de stoel te zetten. Begin februari wil ik door het winterse stadscentrum wandelen. Je kan beter thuisblijven, maant mijn moeder, voordat je valt. Gisteren heb ik anderhalf uur door de sneeuw gelopen, zeg ik, en toen hoorde ik je ook niet. En dus ga ik naar buiten. En glibber prompt onderuit. Begin april krijg ik een MRI omdat ik nog steeds niet zonder pijnscheuten in mijn rechterknie kan lopen of fietsen.
Je intuïtie voorziet je van allerlei onberedeneerde raad en inzichten. Soms het resultaat van ervaringen uit je verleden, dan weer vanuit een onbewust logische gedachtegang. Die raad is niet altijd nuttig. Zeurt iemand in je hoofd dat je een paniekaanval krijgt zodra je dat plein oversteekt of dat je stikt als je die volle lift instapt (die vervolgens naar beneden stort)? Laat je niet langer tegenhouden en zoek professionele hulp. Heeft mij mooi van mijn vliegangst afgeholpen.
Die wenken van praktische aard – al dan niet van je moeder of als onbewust opgediepte aanvulling op je rationele denken – zijn veilig en kan je maar beter opvolgen. Doe je dat niet, dan zou het weleens op een gevalletje: ‘wie niet horen wil, moet voelen’ kunnen uitlopen.
 

109. Lichtwerkers

21-03-2021
Via Facebook beland ik op de website van Lichtwerkers Nederland. De benaming wekt mijn belangstelling. Lichtwerkers zijn zielen die liefde, inzicht en vrijheid op aarde willen verspreiden. Dat zijn algemene termen. Inzicht in je gevoelens? Gedachten? Anderen? En vrijheid van meningsuiting, godsdienst of gelijkheid? Die vrijheden zijn in veel landen nog ver te zoeken.
Lichtwerkers bezitten een spiritueel levensbesef, dragen herinneringen aan niet-aardse lichtsferen (watte?) en zijn ver voor de geboorte van aarde en mensheid tot bewustzijn gekomen. Hoe kan een mens dat dan weten? Of zijn Lichtwerkers geen mensen?
Ik lees de boodschap die een vrouw van Jezus heeft ontvangen. Tevergeefs zoek ik naar een bericht van Mohammed, Zarathustra of een andere profeet. Beetje eenzijdig nu.
Liefde is volgens Lichtwerkers de religie van de 21e eeuw. Wordt de mensheid vredelievend? Eindelijk! Zetten dictatoriale machthebbers een stapje naar achter?
Er staat dat er een oorlog woedt waarin alles duister lijkt. Sinds het ontstaan van mensen woeden er oorlogen die niet alleen duister lijken, maar ook zíjn. Over welke oorlog gaat het hier? Politieke brandhaarden? Onderdrukking? Verwoesting van onze planeet? De onstuitbare verrechtsing met het ‘ikke’ en ‘na mij de zondvloed’? Of gaat dit over het coronavirus? Over opgelegde beperkingen en de strijd die dat tussen groepen mensen oplevert? Ook pan-/epidemieën (pest, pokken, tering) zijn van alle tijden. Net als (impopulaire) maatregelen hiertegen en mensen die in tijden van nood anderen als een lichtend voorbeeld bijstaan.
Verder lees ik dat er een revolutie gaande is die ons naar een hoger licht zal leiden. Omvat ons de hele wereldbevolking of zijn het alleen spiritueel gelijkgestemden in het Westen? Heeft dit iets te maken met het (Westerse) Aquariustijdperk? Of zien we het ook binnen de Chinese astrologie?
De site kan alle vragen niet bijbenen, lees ik. En beantwoordt ze daarom niet. Ik wil niemands spiritualiteit ondergraven. Maar ik denk dat Lichtwerkers net als jij en ik vaak ook maar wat in het duister tasten.

 

108. Duifje

07-03-2021
Onder de Portugese laurierboom in mijn tuin ligt een uitgewaaierd kleed van duivenveren. Van de rest van het slachtoffer is niets te bekennen. Zelfs geen druppel bloed. Hier is een geoefend plukker aan de gang geweest. Een sperwer, denk ik. ‘Of een slechtvalk,’ zegt een kennis, ‘die komen steeds vaker voor in stedelijke gebieden.’
Een duif – met uitzondering van een postduif – legt het wat snelheid betreft af tegen een roofvogel. Het is een spektakel om zo’n kleine sperwer met 75 km per uur een prooi uit de lucht te zien grissen. Ronduit sensationeel is het om een slechtvalk aan het werk te zien die zich met een snelheid van bijna 390 km per uur op zijn beoogde maaltijd stort. Al denk ik dat we dat in een stedelijke omgeving met al die obstakels van gebouwen, niet zo snel zullen aanschouwen. Ik veeg de duivenveren op en gooi ze weg om andere vogels niet de stuipen op het gevleugelde lijf te jagen.
Even later landen drie Turkse tortels op de schutting. Tot die dag zijn het er vier, twee koppeltjes die zich sinds een paar winters tegoed doen aan het vogelvoer dat ik her en der in mijn tuin strooi. De nabestaande scharrelt in zijn eentje. Tortels zijn monogaam. Ik vraag me af of het dier verdriet heeft. Of het getuige is geweest van de brute aanval op zijn duifje. Misschien had het stel de sperwer niet in de gaten, te druk met voer oppikken. Zaten ze net lekker dicht tegen elkaar aan te dutten in het zonnetje. Of waren ze verwikkeld in tortelen, de lente komt eraan.  
De volgende ochtend wekt het koeren van een duif me. Een mannelijke Turkse tortel. Al snel klinkt vanaf het dak van de buren de iets hogere roep van een vrouwtje. Na een paar minuten heen en weer koeren vliegen ze weg. De tijd van rouwen is voorbij.  
 

106. IJspret

14-02-2021
Terwijl afgelopen maandag schaatsliefhebbers nog hopen op een ‘it giet oan’, glij ik bij de winkelpassage uit over een natte anti-uitglijmat. Klaar met de ijspret. Mijn voet staat naar voren, mijn knie zwiept naar rechts. Au. Ik kom omhoog en loop naar huis. Valt mee, denk ik. En dan beginnen kuit en knie op te spelen. Ik strompel naar de fysiotherapeut om de hoek. Verrekte kuitspier en knieband en meniscus hebben een flinke optater gehad. Paracetamol en kalmpjes aan.
Op dinsdag schuifel ik door de woonkamer en verveel me. Ik doorbreek mijn gewoonte om overdag niet voor de buis te hangen en val in een reclameblok. Meestal negeer ik dat, maar bij gebrek aan bewegingsmogelijkheden buitenshuis geef ik het nu mijn volle aandacht. In de tijd dat ik een appel vermaal, verneem ik dat mijn huid Weleda skinfood kan eten. Van Vitalize Safraan Complex ga je beter in je vel zitten. Koopmans beweert dat we het liefst zijn waar we samenkomen om hun taarten te eten. Wist je dat Always maandverband heeft met een bovenlaag van biologisch katoen en dat de steelstofzuiger van Dyson een constante zuigkracht heeft? Weinig reclames voor mannen. Ik kijk dan ook naar Net 5 ‘Powered by Linda.’ Is die toevoeging een kwaliteitsstempel? Op naar de volgende commercial. Lactacyd. Een wasemulsie waarmee je de zuurgraad van je ‘intieme zone’ op orde kan houden. Geldklopperij. Iedere weldenkende vrouw weet dat ‘die zone’ zelfreinigend is. Misschien dat vrouwen die dagelijks een hoop bezoekers verwelkomen in hun beroepsmatig of recreatief gastvrije vagina er baat bij hebben de pH van hun verstoorde lichaamssappen op orde te krijgen, maar een doorsnee-vrouw met een doorsnee-gebruikte 'zone' kan haar geld beter uitgeven bij Volero. Daar krijg je nu 25% korting op veel kleden.
Genoeg reclames. Ik zet de tv uit, kom overeind en ga de badkamer maar schoonmaken. Neem ik meteen de intieme zone van mijn wc onder handen. Want die is niet zelfreinigend.

 

105. Muziek in de natuur

07-02-2021
Wanneer ik op het platteland loop of fiets, valt me op hoeveel mensen een koptelefoon op hun knar hebben of oortjes dragen. Ik vermoed dat ze naar muziek luisteren. Wat ik me afvraag is: waarom? Stampen ze lekker mee op het ritme van de melodie omdat ze uit hun cadans raken door omgevingsgeluiden? Worden ze zonder die muziek overvallen door een ontspannen loomheid die hun energie voortijdig laat inkakken? Of hebben ze een hekel aan ruisende wind, loeiende koeien, blatende schapen of klapwiekend overvliegende zwanen?
Tijd om uit te zoeken wat muziek in de natuur voor mij doet. Het is een frisse zonnige middag wanneer ik de – ongebruikte – oortjes van mijn telefoon in mijn jaszak steek. Binnen de bebouwde houd ik mijn gehoorgangen vrij, ik wil niet schrikken van opgevoerde scooters die onverwachts langs scheuren of hulpverleningsvoertuigen die met loeiende sirenes naderen, geluiden die me ontgaan als ik alleen oor zou hebben voor de muziek, die ik keihard moet zetten om boven het stadse geraas uit te komen. Zodra ik de vrije natuur bereik kies ik een dansbaar deuntje om het tempo erin te krijgen en prop de oortjes in. Bijna ongemerkt begin ik sneller te trappen. Halverwege het nummer moet ik me in het zweet werken om in de maat van de muziek te blijven. Op deze manier is er geen lol aan. Dat is niet het ergst. Waar mijn ogen een weiland zien waarin twee shetlandpony’s elkaars nek begrazen, suggereert de muziek dat ik me in een rokerige disco met de geur van verschaald bier bevind. Het is alsof je in de bioscoop naar The Sound of Music kijkt met muziek van Rammstein. Voor mijn hersenen onbegonnen werk om recht te breien. Ik trek de oortjes uit. Fijn, rust. Een hond blaft. Een goederentrein dendert over het spoor. In de verte raast de snelweg. Geen mooie plattelandsgeluiden, maar wel vertrouwde.

 

103. Middelerwijl in Bombay

17-01-2021
Ik ben een manuscript uit de jaren ’90 van me aan het herschrijven. Een deel speelt zich af in hedendaags Mumbai, de rest draait om een dagboek uit 1938 van een Engelse vrouw in Bombay, zoals de stad tot 1995 heet. Zou ik in het dagboek uitroepen als duh of supervet gebruiken, dan gelooft niemand dat het verhaal uit de eerste helft van de vorige eeuw stamt. Uit de roman Karakter (1938) haal ik bijna vergeten woorden waaronder middelerwijl en daarnevens en laat ze opduikelen in mijn gerenoveerde manuscript.
Zelf ben ik in 1984 voor het laatst in Bombay. Geld voor een herontdekkingstripje ontbreekt me, benodigde feitjes en weetjes vind ik nu in boeken en op internet. Zo ontdek ik dat er nog volop koloniale monumenten in het oude centrum staan. Wil je ze op je gemak bekijken en niet ten onder gaan in de deinende zee van krioelende mensen, worstel je dan naar de overkant van een van de tjokvolle wegen en klem daar je rug tegen een muur. Let bij het oversteken goed op de tienduizenden ronkende en stinkende auto’s, vrachtwagens, bussen, taxi’s en scooters die kriskras door elkaar scheuren en zich van verkeerslichten noch voetgangers iets aantrekken. Alleen koeien hebben weinig te vrezen. Rijd je zo’n beest aan, dan kan je dat een jarenlange gevangenisstraf opleveren, dus iedereen probeert met een boog om ze heen te rijden. Ik lees over de koloniale gebruiken en omgang tussen Engelsen en Indiërs in de nadagen van de Britse overheersing. En over ontwikkelingen in het minstens zo boeiende heden.
Dankzij Google Maps/Satelliet dwaal ik door straten en over pleinen zonder me zorgen te hoeven maken over verkeersongevallen, zakkenrollers, diarree en de dagelijks in te ademen hoeveelheid fijnstof van een slof sigaretten. Mijn virtuele ervaringen brei ik als een kleurrijk patroon door het manuscript. De rest verzin ik. Zolang het geloofwaardig is, loeit er geen Indiase koe naar.

102. Virtuele vriend

10-01-2021
Kinderen met fantasie kunnen er een hebben. Een verzonnen vriendje. Dat kan een tekenfilmfiguur zijn. Of de poes. Met zo’n vriendschap leren kleintjes het verschil tussen echt en fictief. De situatie naar je hand zetten en iemand in de buurt die doet wat jij wilt. Welk kind fantaseert er niet over? En daar zit hem de kneep. Ik ben een zestiger. Ik ken het verschil tussen fantasie en werkelijkheid en heb geen gebrek aan aandacht van mensen van vlees en bloed.
Ik ben een tiener wanneer Peter, tijdens een boswandeling in mijn eentje, voor het eerst mijn bewustzijn binnenglipt. Sindsdien vergezelt deze stille kompaan me op tijden dat ik alleen over het strand en door een stad wandel, of uit het raam van een trein tuur. Prachtige wolkenlucht, zeg ik zwijgend. Dat gebouw! Die kleuren! Hij is het altijd met me eens, deze trouwe Peter. Lichamelijke kwalen door ouderdom hebben geen vat op hem. Dat komt omdat ik geen lijf voor hem heb verzonnen. Heeft hij niet nodig, in mijn verbeelding is zijn aanwezigheid er alleen om beelden van de omgeving mee te delen.     
Er rust een taboe op uit de duim gezogen volwassen vriendschappen. Terwijl iedereen weleens een denkbeeldig gesprek voert. Of het nou met je god is of een overleden geliefde, als voorbereiding op een ontmoeting of om recht te praten wat voor jou krom is: in onze fantasie maken wij de dienst uit. Het kan ongemakkelijk worden als je de collega met wie je slechts in je hoofd een dampende verhouding hebt, op een dag vol op de mond kust. Of dat je verschillende verzonnen vrienden hebt en ze allemaal tegelijk aandacht wilt geven.    
Hoor je me ooit gemoedelijk tegen een onzichtbare gesprekspartner praten, dan heeft Peter toch oren en is hij hardhorend geworden. Maar roep ik geërgerd: ‘Hoe kom je daar nou bij?’ Dan ben ik waarschijnlijk in gezelschap van een werkelijk bestaande metgezel.
 

101. Huidhongersnood

03-01-2021
Als alleengaande zonder kroost word ik minder vaak liefkozend beetgepakt dan mensen met partner of nageslacht. Zeg maar gerust zelden. En vanwege het nadrukkelijke overheidsadvies om iedereen buiten het gezin voorlopig op veilige stoklengte afstand te houden en dus vooral niet aan te raken – laat staan te omarmen – is mijn huid sinds het begin van de coronacrisis langzaam maar zeker aan het verhongeren. Duw er een stethoscoop op en je hoort de wanhoopskreetjes uit mijn verschrompelende poriën.
En daarom streel ik af en toe mijn wang met een door het vele ontsmetten schraal geworden hand. Of sla ik mijn armen om me heen terwijl ik mij inbeeld dat iemand anders me teder omstrengelt. Je moet toch wat om het gevoel te houden dat je bestaat. Mijn emotioneel uitgemergelde vel trapt niet in dat foefje. Die krijst onverminderd om de voedende aandacht van andermens aanraking.
Met Aap en Karel als noodgedwongen uitwijkmogelijkheden voor vacht-op-huidcontact, heeft mijn pluchen knuffel een nieuwe vulling nodig nu ik zijn ingewanden vertroetelend tot pulver heb geperst. En het eens zo glanzende bontje van mijn kat vertoont ernstige tekenen van slijtage. Ziet hij me met uitgestrekte armen op zich afkomen, dan schiet hij ervandoor met een dikke staart en een blik van o nee, daar heb je haar weer met d’r aai- en knuffelaandrang. Een hartelijke omhelzing, bemoedigende aai over mijn bol of geruststellende hand op mijn schouder? In deze tijden is het te veel gevraagd.
Dat lichamelijk contact van levensbelang is voor baby’s weten we. Het is een basisbehoefte. Maar de betekenis van dat verlangen neemt echt niet af wanneer we volwassen zijn. Elkaar aanraken vermindert stress. Het zorgt ervoor dat we endorfine aanmaken, wat ziektes voorkomt en zodoende bijdraagt aan onze gezondheid.
En daarom hoop ik dat alle slachtoffers van deze huidhongersnood zo snel mogelijk weer alle omhelzingen en andere lichamelijke uitingen van genegenheid zullen krijgen die ze zich wensen. Laat maar komen.

 
 
 
 
inDelen