124. Opa

07-11-2021
‘Mijn zoon Henk,’ zegt de eindzeventiger in de rolstoel. ‘Een Johan Cruyff in de dop.’ Een knul van een jaar of tien gooit een bal op met zijn voet, vangt hem op in zijn nek en laat hem over zijn achterhoofd rollen. We staan bij een groentekraam op de markt. Een iets oudere jongen houdt een tros bananen omhoog. ‘Opa, heb je nog iets anders nodig?’
‘Nee,’ antwoordt grootvader zonder zijn blik van het jongleertalentje te halen. De andere jongen rekent de bananen af. ‘Ik breng hem elke zaterdag naar voetbaltraining en na het eten trappen we samen een balletje,’ zegt opa. Ik wil vragen of dat meevalt in een rolstoel, maar de groenteman vraagt me wat het mag zijn. Sinaasappels. Het ballenwonder laat de bal nu op zijn hoofd stuiteren. ‘Heeft-ie van mij,’ beweert opa. ‘Een paar jaar geleden heb ik het tot het eerste geschopt.’ Heeft hij het over een groep rolstoelers die balkunstjes vertoont? Een geriatrisch voetbalelftal? De andere jongen peutert een papieren zakdoekje uit grootvaders jaszak. ‘Neus snuiten, opa.’ Hij veegt opa’s neus af en stopt het zakdoekje terug.
‘Voetbal jij ook?’ vraag ik.
De jongen opent zijn mond. ‘Adrie neemt later de slagerij over,’ is opa hem voor. ‘Zijn moeder en ik willen op ons zestigste stoppen en wereldreizen gaan maken.’
‘Dat was het?’ vraagt de groenteman. ‘Alleen nog een half pond spruitjes,’ zeg ik.
De jongste knul komt erbij staan. ‘Mijn zoon Henk,’ zegt opa. ‘Een Johan Cruyff in de dop.’
‘Ik ben Paul, opa,’ zegt de mini Johan Cruyff smalend. ‘Dat is Martijn. Henk is onze vader. Oma en oom Adrie zijn al heel lang dood en de slagerij bestaat ook niet meer.’
Opa kijkt me wanhopig aan, alsof hij hoopt dat ik hem uitleg hoe de vork in zijn familiesteel zit.  
Martijn werpt Paul een boze blik toe. ‘Kom, opa,’ zegt hij. ‘We gaan boterhammen met leverpastei eten. Bent u dol op.’
‘Drie euro zestig,’ zegt de groenteman tegen mij.
 
 
< vorige blog: 123. Straatliefde volgende blog: 125. Gratis garantie >
 
 
inDelen